Afbeelding: d266025f47

Luchtwegaandoeningen

Mijn naam is Gilbert van Hagen en ik ben werkzaam vanuit GELRE Dierenartsen met vestigingen in Groenlo, Lichtenvoorde en Eibergen.
Ik ben getrouwd met Margriet en wij hebben drie kinderen, Puck, Sam en Guus. Ook onze kinderen zijn echte dierenliefhebbers waardoor er mening harig of bevederd beest bij ons rondloopt.
In 1999 ben ik afgestudeerd in Utrecht en heb eerst in enkele verschillende praktijken in Limburg en Overijssel gewerkt. Mijn werkzaamheden betroffen toen alle diersoorten, waarbij varkens altijd al wel mijn speciale aandacht hadden. Tegenwoordig heb ik mij volledig op de “zwijnen” toegelegd en mijn specialisatie daarbinnen zijn de  luchtwegen.

Werking van de longen

De longen zijn één van de belangrijkste organen van een varken. De allerbelangrijkste functie is het binnenhalen van zuurstof. De opname hiervan vindt plaats in de diepste delen van de longen, of te wel de alveolen.
Vergeleken met een wildzwijn van hetzelfde gewicht, zijn de longen, het hart en de milt van een vleesvarken ongeveer 45% lichter. Dit geeft aan dat de reserve capaciteit van deze organen flink is afgenomen terwijl het vleesvarken onder de huidige omstandigheden juist een topsportprestatie moet leveren.  

Bij rustende dieren wordt per keer ademhalen ongeveer 10-15% van het longvolume van verse lucht voorzien. De normale ademfrequentie per minuut is:

           - 25-40 bij biggen
           - 25-35 bij vleesvarkens
           - 15-20 bij dragende zeugen

griepvirus
griepvirus

Influenza

Even bijpraten: 
Influenza oftewel griep staat van oudsher bekend als een veroorzaker van acute luchtwegproblemen, met name in de wintermaanden.
In ruim 40% van acute hoestklachten speelt griep (mede) een rol.
Acuut zieke dieren, flinke daling van de voeropname, pompen en later gevolgd door hoest zijn bekende beelden in de stal. De reden waarom griep plotseling zulke heftige verschijnselen kan geven komt doordat het virus een zeer sterke ontstekingsreactie in de longen oproept waardoor hoge koorts en algehele malaise ontstaan, dit in tegenstelling tot PRRS en Circo waarbij de eerste afweerreactie minder heftig is.

Naast acute griepverschijnselen , zien we steeds vaker dat griep ook een rol speelt bij chronische luchtwegklachten.
Hierbij is er een onduidelijk ziektebeeld waarbij meestal slechts enkele dieren ziek zijn, er sprake is van verminderde groei en chronische hoest. Het virus kan langdurig onder gespeende biggen blijven circuleren zonder dat er altijd klinische problemen aanwezig zijn. Vanuit de gespeende biggen kan het weer overslaan naar de zeugen of later bij de vleesvarkens verantwoordelijk zijn voor klachten.

Uit recent onderzoek van de Gezondheidsdienst naar maternale afweer bij gespeende biggen zijn enkele opvallende resultaten gevonden. Biggen met hoge maternale afweer hadden beduidend minder verschijnselen van griep dan dieren met een lage afweer (ook al in eerdere proeven aangetoond). Meest opvallende hierbij was dat de biggen met hoge maternale afweer na contact met het griepvirus geen stijging van de hoeveelheid afweerstoffen lieten zien (iets wat normaal gesproken wel gebeurt na contact met een ziektekiem), soms zelfs een daling, hoewel het griepvirus wel duidelijk aangetoond kon worden in deze biggen.
Bij zeugen die gevaccineerd zijn en daarna tegen een griepvirus aanlopen zien we juist dat de hoeveelheid afweerstoffen erg hoog op gaan lopen. De reden waarom er geen stijging van de afweerstoffen bij de biggen  optreedt moet nog nader onderzocht worden. De belangrijkste conclusie die we hieruit trekken: het interpreteren van bloeduitslagen is een specialistisch onderdeel van de diergeneeskunde.

Uit dit onderzoek komt naar voren dat het verhogen van de afweer bij de biggen minder klachten van de luchtwegen geeft. Deze bescherming wordt verkregen door een strak vaccinatieschema bij de zeugen. Hoewel ook hier weer aangetoond is dat afweerstoffen niet beschermen tegen vermeerdering van het virus in een dier, laat deze proef duidelijk het gezondheidsvoordeel van biggen uit gevaccineerde zeugen zien.

Benauwde varkens

Het komt regelmatig voor dat pompende varkens de diagnose “longaandoening” opgeplakt krijgen terwijl deze dieren een totaal andere aandoening onder de leden hebben. Het beeld in de stal is als volgt: Een of enkele dieren binnen een afdeling worden flink benauwd. Deze dieren reageren meestal niet op een behandeling, blijven erg pompen en sterven meestal binnen enkele dagen. Tijdens sectie valt al snel op dat ze een  dof hart hebben  en aan de binnenkant hiervan worden bloemkool-achtige woekeringen op de hartkleppen gevonden. Oorzaak: hartklepontsteking als gevolg van Streptococcen. De oorzaak van dit probleem moet dus niet in de longen maar in het hart gezocht worden en  de aandacht moet gaan naar preventie van streptococcen. Het complete beeld van woekeringen op de hartkleppen kan binnen 7 tot 10 dagen ontstaan, dit kan  betekenen dat het eerste infectiemoment na aankomst in de mesterij zit. Hierbij speelt  stress een belangrijke rol (hokbezetting, verplaatsen) maar ook voeding en infectiedruk.

de luchtwegen

Afweer

Naast de zuurstofopname spelen de luchtwegen een grote rol bij de bescherming van het varken tegen ziektekiemen.
Door de aanwezigheid van de neusschelpen wordt het oppervlakte in de neus sterk vergroot en krijgt inkomende lucht voldoende kans om op te warmen en vochtig te worden.
Eénmaal binnen wordt de lucht gefilterd door een slijmlaag op het slijmvlies. Door een ritmisch bewegingspatroon van de onderliggende trilharen wordt dit slijm met stof en ziektekiemen in een tempo van 4-15 millimeter per minuut naar buiten gewerkt.
Bij een mycoplasma infectie zijn deze trilharen beschadigd en is de opschonende werking van de longen ernstig verstoord.
 

Stof en ziektekiemen die dieper doordringen worden vervolgens opgevreten door een bepaald soort afweercel (macrofagen).Tevens worden kiemen geneutraliseerd door allerlei stofjes die door de longen worden uitgescheiden (Interferonen, Lactoferrinen).  Deze beide vormen van afweer zijn onderdeel van  een niet-specifieke reactie.


Als ziektekiemen door deze barrières heen breken zal er een ontstekingsreactie optreden, waarbij witte bloedcellen (neutrofielen) uit de bloedbaan naar de longen gaan en helpen met het opruimen van de binnendringers. Hierna komt de specifieke afweer op gang waarbij zowel antistoffen als cel-gebonden afweer een belangrijke rol speelt. De eerste antistoffen die gevormd worden zijn IgM. Andere soorten antistoffenzijn: IgA’s (voornamelijk in de slijmlaag van de voorste luchtwegen), IgG’s (in grote hoeveelhden in de diepre luchtwegen) en IgE’s (parasitaire infecties). De vorming van afweerstoffen en de  cel-gebonden afweer vormen een complex systeem die sterk met elkaar verbonden zijn.

Luchtweginfecties

Het optreden van een infectie van de luchtwegen is een samenspel van infectiedruk, management, omgeving (stof, stalgassen) en genetische factoren. Afwijkingen in het stalklimaat spelen nog steeds een zeer grote rol bij luchtwegproblemen. Is een infectie eenmaal opgetreden dan zal er een kiemafhankelijke spreiding over het bedrijf plaats vinden. Griep zal over het algemeen zeer snel over meerdere afdelingen heen gaan, terwijl Mycoplasma zich langzaam verspreidt.

De overdracht van een infectie van bedrijf naar bedrijf vindt voornamelijk plaats door aanvoer van (besmette) dieren maar ook door transportmiddelen, knaagdieren, vogels en personen. Voor bepaalde ziektekiemen (onder andere Griep en PRRS) speelt de spreiding door de lucht ook een grote rol. Bij PRRS is een afstand van 9 kilometer al aangetoond.

Ziekteverwekkers

De belangrijkste primaire veroorzakers van infecties van de luchtwegen zijn op te splitsen in de in twee hoofdgroepen:

- Infectieuze agentia van het neusslijmvlies:

  • Bordetella Bronchiseptica
  • Inclusion Body Rhinitis (Cytomegalovirus)
  • Pasteurella Multocida
  • Mycoplasma Hyorhinis
     

- Infectieuze agentia van de longen:

  • Mycoplasma Hyopneumoniae
  • PRRS
  • Griep
  • APP
  • Circo
  • Rondtrekkende spoelwormlarven
  • Haemophilus Parasuis (Glässer)
  • Aujeszky en Varkenspest (spelen momenteel geen rol in Nederland)

 

Bacteriën die secundair bij longontstekingen worden aangetroffen (dat wil zeggen dat de omstandigheden eerst moeten veranderen voordat deze kiemen kunnen aanslaan, bijvoorbeeld door andere ziektes of fouten in het klimaat) zijn:

  • Pasteurella multocida
  • Bordetella Bronchiseptica
  • Streptococcen
  • Haemophilus parasuis (= Glässer)