Geplaatst op: 28-9-2016
West Nile virus

West Nile virus

Van mei tot eind november is het mogelijk om deel te nemen aan het monitoringsprogramma van de Gezondheidsdienst voor dieren (GD-Deventer) om het West Nijl virus bij paarden te voorkomen. Op dit moment komt het West Nijl virus niet voor in de Nederlandse paardenpopulatie. Om zeker te zijn dat de ziekte bij onverhoopte introductie in Nederland snel wordt ontdekt, onderzoekt de GD steekproefsgewijs bloedmonsters van paarden in Nederland, naast de gebruikelijke screening bij in- en export van paarden. Hiervoor is de GD afhankelijk van paardeneigenaren die willen deelnemen aan dit onderzoek.

West Nile in het kort

West Nile is een aangifteplichtige zoönose, maar is niet bestrijdingsplichtig. West Nijl kan ziekte veroorzaken bij mensen en paarden, maar verloopt vaker sub-klinisch (geen zichtbare klachten). Paarden worden besmet door een steek van een mug, die het virus bij zich draagt. Muggen lopen het virus op door zich te voeden met bloed van vogels. Vogels dienen dus als besmettingsbron en de muggen zorgen voor de overdracht op mens en paard. Overdracht van paard op mens en vice versa is niet mogelijk, bloed-bloed contact uitgezonderd.

Hoe gaat het in zijn werk?
Vooral in september zijn er veel muggen actief, een uitgelezen moment om nu een monster in te sturen! Bij voorkeur paarden die in kleine populaties gehouden worden of alleen. Maximale kuddegrootte is 20 paarden. Er wordt een kleine hoeveelheid (5ml) bloed afgenomen uit de halsader en dit wordt opgestuurd naar de GD-Deventer. Aan dit onderzoek zitten geen kosten verbonden voor de paardeneigenaar. Een bloedafname kan met een consult/visite voor een ander doeleinde worden gecombineerd. Om deel te nemen moet u toestemming verlenen voor gebruik van de resultaten in het kader van monitoring. Dit doet u door samen met uw dierenarts het inzendformulier te ondertekenen.

Wat als het virus bij mijn paard wordt gevonden?
Als een monster positief wordt getest, is de GD verplicht dit aan de Nederlandse voedsel en ware autoriteit (NVWA) te melden. De NVWA neemt contact op met u en uw dierenarts om meer informatie (ziekte)-geschiedenis) te krijgen van het paard. Het monster wordt nogmaals in een ander lab getest (CVI-Lelystad) en als ook daar een positieve uitslag uitkomt, volgt een bedrijfsbezoek en wordt bij het paard opnieuw een bloedmonster (ambtelijk monster) afgenomen door de NVWA. Het paard mag vanaf dat moment niet meer verplaatst worden totdat de uitslag van dit ambtelijk bloedmonster bekend is. Eventueel aanwezige andere paarden mogen wel van het erf. Is dit tweede monster ook positief, volgt een screening van andere dieren op de locatie. Na dit proces wordt het paard weer volledig vrijgegeven.

Wilt u graag deelnemen aan de screening? Maak het kenbaar als u een afspraak bij ons maakt.