Geplaatst op: 30-9-2016
Enten tegen Rhinopneumonie; wél of niet zinvol?

Enten tegen Rhinopneumonie; wél of niet zinvol?

Rhinopneumonie (EHV 1 en 4) wordt veroorzaakt door een herpes virus, vergelijkbaar met het koortslipvirus bij mensen (herpes simplex virus). Voor EHV geldt dat een paard het virus bij zich kan dragen, zonder er ziek van te zijn, maar het kan onder bepaalde omstandigheden wel weer opspelen. ‘Stress’ door (langdurig) transport of verhuizen naar een andere stal kan aanleiding geven om weer virus te gaan uitscheiden en soms zelfs ziek te worden. Zowel EHV 1 als 4 veroorzaakt in de meeste gevallen alleen koorts en soms een snotneus, hoesten en/ of dikke benen.
Maar vooral EHV 1 is berucht om het veroorzaken van (ernstige) verlammingsverschijnselen en abortus(stormen). De abortus-vorm komt regelmatig voor bij merries en veroorzaakt naast abortus ook zeer zwak geboren veulens die vaak sterven. Omdat dit een schrikbeeld is voor vele paardeneigenaren krijgen we vaak de vraag of het mogelijk is een paard hiertegen te beschermen middels een enting.

Wat mag u van een vaccinatie verwachten?

Vaccineren draagt bij aan een vermindering van de ernst van luchtwegklachten en zorgt voor verminderde uitscheiding van virus. Hiermee wordt de kans dat een ander paard op stal ook ziek wordt verkleind. Om dit wenselijke effect te verkrijgen moeten alle paarden op een bedrijf tweemaal per jaar worden gevaccineerd (basisvaccinatie). Het vaccineren van één of enkele dieren op een bedrijf is minder zinvol. Er is op dit moment maar één vaccintype dat ook een claim heeft voor de abortusvorm. Hiervoor moeten merries driemaal tijdens de dracht worden gevaccineerd (in de 5e, 7e en 9e maand van de dracht). Ook dit vaccin is helaas niet 100% beschermend. Overigens is er geen enkel vaccin dat bescherming claimt tegen de neurologische vorm. Toch kan vaccinatie ook bij deze vormen van rhinopneumonie op twee manieren een positieve invloed hebben; een EHV-1 infectie zal bij gevaccineerde paarden vermoedelijk moeilijker aanslaan en als de infectie toch aanslaat zullen gevaccineerde paarden waarschijnlijk zelf minder virusdeeltjes gaan uitscheiden.

We vinden het belangrijk om u als paardenhouder erop te wijzen dat ook op volledig gevaccineerde stallen zowel uitbraken van abortus als ook van de neurologische vorm alsnog kunnen voorkomen! Het doel van vaccineren is in hoofdzaak het risico op infectie zo klein mogelijk te maken.

Als u besluit te enten, raden wij aan om alle niet dragende paarden op stal 2 maal per jaar te vaccineren en de eventueel aanwezige drachtige merries in de 5e,7e en 9e maand van de dracht te boosteren. Op deze manier kunnen we de maximale bescherming van het vaccin garanderen.

Wat te doen als er toch abortus optreedt?

Indien uw merrie aborteert vanaf 7 maanden dracht is het aan te raden om nader onderzoek te laten doen op het voorkomen van EHV. Dit kan door gebruik te maken van een speciale abortus-kit van de Gezondheidsdienst voor dieren of door het veulen insturen voor sectie. Dit laatste is duurder, maar leidt vaker tot een diagnose. Let er op dat het vruchtwater, de dode vrucht en de vruchtvliezen uiterst besmettelijk zijn en dat het van levensbelang is dit ver verwijderd te houden van andere dragende merries.

Vragen naar aanleiding van dit artikel?

Neem dan contact op met onze kliniek. Onze erkende paardenarts kan u advies geven die aansluit op uw specifieke situatie en ook de kosten van een vaccinatieplan inzichtelijk maken.