Hoefbevangenheid

Bij hoefbevangenheid is er een ontstekingsproces gaande tussen de hoefwand en het hoefbeen, waardoor de verbinding verzwakt en het hoefbeen in de hoef kan gaan verzakken of kantelen. Hierdoor heeft het paard bij een acute hoefbevangenheid veel pijn en kan het kreupel lopen, ‘op eieren staan’ of zelfs helemaal niet meer willen lopen of staan. In meer chronische gevallen kan de ziekte worden herkend aan de kenmerkende ringen op de hoefwand.

Oorzaken
•    Meest voorkomende oorzaak zijn voedingsfouten. Paarden met over conditie lopen meer risico. 
Vroeger gingen we er vooral van uit dat een te eiwitrijke voeding de oorzaak van hoefbevangenheid is, echter tegenwoordig weten we dat o.a. het vermogen van een paard om suikers om te zetten, een belangrijke indicatie is voor deze aandoening. Met name de hoge fructaangehaltes in het vroege voorjaarsgras worden met bevangenheid in verband gebracht.
•    Hormonale stoornissen
1. Ziekte van Cushing (PPID)
2. EMS: is Equine Metabool Syndroom. De paarden worden door o.a. een verstoorde vet- en suikerstofwisseling te dik. Er ontstaat insuline resistentie. Via speciaal bloedonderzoek is dit aan te tonen. Complicatie hierbij is hoefbevangenheid. 
•    Intoxicaties. Meest voorkomende is giftige stoffen die in de bloedbaan komen van een merrie die aan de nageboorte staat. Belangrijk in deze: voorkomen is beter dan genezen. 
Merrie aan de nageboorte moet al naar  3 uur behandeld worden. Ook ’s nachts hiervoor contact opnemen met de praktijk. 
•    Overbelasting door bijvoorbeeld ernstige langer durende kreupelheid aan een been kan een ander been zodanig overbelast worden dat hierdoor hoefbevangenheid ontstaat.

Behandeling wordt gestart afhankelijk van de oorzaak. 
1.    Aanpassen van management (voeding, beweging etc.)
2.    Pijnstilling
3.    Evt. speciaal beslag (vooraf röntgenfoto om de ernst van de kanteling van het hoefbeen te beoordelen).
4.    Evt. hormoon therapie bij bijvoorbeeld de ziekte van Cushing