Geplaatst op: 16-8-2016
Afbeelding: Naaktslak

Longworm bij de hond en kat

Wat is dat precies, een longworm infectie bij de hond of kat?


Longwormen zijn wormen die bij de hond en kat leven in de rechter hartkamer en de bloedvaten naar de longen (de longslagaderen). Ze leven dus niet, zoals de naam doet vermoeden, in de longen maar in de bloedvaten. De eitjes van de volwassen wormen komen wel in de longen terecht via ophoesten en worden uitgescheiden via de darmen. Door het eten van larfjes van slakken kunnen honden en katten besmet worden. Hierover verderop meer.

Waar komt de longworm voor?

De longworm komt in grote delen van Europa, zoals Engeland, Frankrijk maar ook in Nederland voor. Dit is bij heel veel mensen, en dierenartsen onbekend. Symptomen die kunnen wijzen op een longworm infectie bij honden en katten worden hierdoor vaak gemist.

Hoe raakt een hond of kat besmet met longwormen?

Honden en katten raken besmet door het eten van slakken besmet met larfjes van de longworm. Mogelijk kunnen ze ook besmet raken door het slijm van slakken en door het eten van andere dieren die een besmette slak hebben opgegeten. Denk aan bijvoorbeeld een kikker, vogel of muis.

Welke symptomen krijgen honden en katten besmet met longwormen?

• Ademhalingsproblemen. Honden of katten besmet met longwormen kunnen gaan hoesten, een versnelde en moeilijke ademhaling krijgen en een longontsteking ontwikkelen.
• Stollingsproblemen. Hierdoor kan de hond of kat bloedingen op verschillende plekken krijgen zoals onderhuids, de neus, de hersenen, de buikholte of darmen.
• Hersenproblemen. Deze worden meestal veroorzaakt door hersenbloedingen. Zeldzaam kan een larve van de longworm na de trektocht in de hersenen terecht komen.
• Zwaktes. Deze kan ontstaan door de aanwezigheid van de wormen in de longslagaderen (pulmonaire hypertensie).
• Andere symptomen zoals een hoog calciumgehalte in het bloed (hypercalcemie) en acute dood.

Hoe behandel je honden en katten besmet met longwormen?

Er zijn verschillende behandel opties.
De meest gebruikte is fenbendazole (50 mg/kg per dag gedurende 7-21 dagen). Een alternatief is milbemycine (1 keer per week gedurende 4 weken). Er bestaat een klein risico dat de hond een allergische reactie ontwikkelt als de wormen afsterven.

Hoe voorkom je een besmetting?

Het best voorkom je door hond of kat geen slakken of andere dieren te laten opeten. Echter is dit niet altijd te controleren. Door frequent te ontwormen (hond minimaal 4 x per jaar en buitenkat vaker) met een juist middel, houdt je de kans klein dat ze na een besmetting hiervan problemen krijgen.