Geplaatst op: 9-12-2015
Afbeelding: konijn herfst

Landelijke sterfte konijnen door nieuw RHD virus

Recent zijn vanuit diverse delen van het land (onder andere regio Nijmegen, Groningen, Utrecht) meldingen binnengekomen over acute sterfte onder konijnen. Verschillende van deze konijnen, die als gezelschapsdier werden gehouden, zijn onderzocht door de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. Uit dit onderzoek blijkt dat de dieren waarschijnlijk zijn gestorven als gevolg van de konijnenziekte VHD (Viral Hemorrhagic Disease), ook wel RHD (Rabbit Hemorrhagic Disease) genoemd.

Virus
Deze ziekte is zeer besmettelijk en wordt veroorzaakt door een virus: het RHD-virus. Dat verspreidt zich door direct contact tussen konijnen en ook indirect via urine, uitwerpselen, water, voedsel, kleding, handen en hokken. Stekende insecten kunnen ook een rol spelen in de verspreiding.

Symptomen
Een geïnfecteerd konijn zal veelal binnen 24-48 uur sterven. Benauwdheid en bloedingen zijn verschijnselen die bij deze konijnen soms gezien worden. Vaak is er echter niets te zien aan konijnen met deze ziekte totdat ze sterven.

Virusvariant
Om te voorkomen dat een konijn ziek wordt van het virus, wordt geadviseerd het konijn jaarlijks te vaccineren met het Nobivac® Myxo-RHD-vaccin. Dit vaccin geeft een goede bescherming tegen myxomatose en de gebruikelijke variant van het RHD-virus (RHD1). Bij de recente uitbraken zijn echter ook gevaccineerde konijnen getroffen. Waarschijnlijk hebben we hier dus te maken met een nieuwe virusvariant (RHD2). Verder onderzoek zal moeten uitwijzen om welke virusvariant het precies gaat. De definitieve resultaten van dit onderzoek worden verwacht in de loop van de week van 14 december a.s.

Verspreiding beperken
Reden waarom het belangrijk is te weten welke virusvariant speelt:

De vaccins die op dit moment in Nederland geregistreerd zijn, bieden geen bescherming tegen RHD2 (wél tegen RHD1).
De tijd die verstrijkt tussen het tijdstip van besmetting en het overlijden van het konijn is langer. Het virus krijgt daardoor meer tijd om zich te verspreiden.

Omdat er op dit moment geen beschermende vaccinatie te geven is, is het extra belangrijk om maatregelen te nemen om besmetting en verspreiding van de ziekte zoveel mogelijk te beperken.

Advies
De faculteit Diergeneeskunde adviseert de volgende maatregelen:

  • Ruimtes waar mogelijke besmette konijnen zijn geweest dienen grondig gereinigd en gedesinfecteerd te worden. Voorbeelden van bruikbare desinfectiemiddelen zijn Virkon-S®, chloortabletten (natriumdichloorisocyanuraat) en natriumhypochloriet. Deze zijn te koop bij dierenspeciaalzaken, agrarische winkels etc. Uw dierenarts kan u hierover ook adviseren.
  • Voer geen (vers) gras of groente van buiten (moestuin) aan uw konijn. Kijk ook uit met het voeren van hooi of kuilvoer waarvan u vermoedt dat wilde konijnen er bij kunnen zijn gekomen.
  • Goede (hand)hygiëne is belangrijk om verspreiding van het virus te beperken; was uw handen extra goed vóór en na het voeren en verzorgen van uw konijn.
  • Pas op met besmette konijnenveldjes (besmet met urine van wilde konijnen). Via uw schoeisel kan het virus verspreid worden. Houdt u uw konijnen binnen? Wissel van van schoeisel bij het naar binnen gaan. Houdt u uw konijnen buiten, bijvoorbeeld in een ren in de tuin? Dan kunt u daar het beste andere schoenen dragen dan dat u op straat draagt. Laat uw konijnen in ieder geval niet in contact komen met schoeisel waarmee u over mogelijk besmet terrein heeft gelopen.
  • Laat bij acute sterfte onder uw konijnen een pathologisch onderzoek uitvoeren. Uw dierenarts kan u hierbij adviseren.
  • Treft u dode wilde konijnen aan? Meldt deze dan bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) via hun website www.dwhc.nl/report.html.
  • Speciaal voor konijnenopvangadressen, kinderboerderijen etc.: het is aan te raden het ‘verkeer’ van konijnen te minimaliseren, tenzij er een goede quarantaine-voorziening aanwezig is. Ieder nieuw konijn kan immers een risico inhouden.

Zodra er meer nieuws bekend is over de nieuwe RHD-variant en de ziekte-uitbraak, zal dat op deze website bekendgemaakt worden.

Bron: Universiteit Utrecht