Groeipijn hond

Groeipijn hond

Enostosis is een veel voorkomende aandoening van de lange beenderen bij jonge honden van voornamelijk middelgrote en grote hondenrassen. Het wordt in de volksmond ook wel 'groeipijn' genoemd. De aandoening komt vier keer meer voor bij mannelijke dieren dan bij vrouwelijke dieren en openbaart zich meestal op een leeftijd van zes maanden tot twee jaar (mogelijk ook bij oudere honden, voornamelijk Duitse Herders, tot de leeftijd van vijf jaar).

Symptomen groeipijn

Een vrij plotse kreupelheid die kan verspringen van het ene naar het andere been. De poot is pijnlijk, soms zo erg dat hij niet belast wordt. De kreupelheid verdwijnt meestal na enkele dagen tot weken, maar kan ook langer duren of zelfs terugkeren. Ook symptomen van algemeen ziek zijn (hangerig, slecht eten, vlug moe, koorts) kunnen voorkomen. Qua klachtenbeeld lijkt enostosis veel op ernstige aandoeningen, zoals elleboogdysplasie of heupdysplasie en vele andere aandoeningen die een jonge hond kreupel kunnen laten lopen. Deze moeten dan ook altijd uitgesloten worden.

Diagnose groeipijn

Aan de hand van de informatie die de eigenaar verstrekt en de symptomen kan de dierenarts al een verdenking van enostosis krijgen. Bij druk op de lange beenderen (knijpen in het bot vlak boven het ellebooggewricht of kniegewricht) geeft de hond hevige pijnreacties. Het losjes bewegen van de gewrichten is meestal niet pijnlijk. Bij röntgenonderzoek is het contrast tussen schors en merg vervaagd en zijn er vlekkerige, wolkachtige veranderingen in het merggedeelte zichtbaar. Met behulp van röntgenonderzoek komen ook eventuele andere gewrichtsaandoeningen aan het licht.

Oorzaak groeipijn

Dat is tot nu toe onbekend. Verschillende theorieën zijn geopperd. Drie oorzaken lijken het meest waarschijnlijk: 
1. Erfelijkheid
2. Een virale infectie, hoewel het nooit gelukt is het virus aan te tonen
3. Te calcium-rijke voeding

Voordat we ingaan op de meest gangbare verklaring voor het ontstaan van de klachten, eerst iets meer over de bouw en groei van het bot. 
Een bot is opgebouwd uit een stevige buitenkant (ook wel schors of cortex genoemd) en een zachtere binnenkant (ook wel merg of medulla genoemd). Om het bot ligt een stevig beenvlies (periost genoemd), dat erg veel zenuwen bevat en daarmee het gevoeligste deel van het bot is (denk maar eens aan een schop tegen het scheenbeen!). Het bot wordt gevoed door bloedvaatjes die via kleine voedingskanaaltjes het bot in en uit gaan.

In de groei neemt niet alleen de lengte van het bot toe. Ook de diktegroei vindt plaats onder het beenvlies. Hiervoor wordt nieuw botweefsel gevormd, maar om in model te blijven, moet 'oud' botweefsel worden afgebroken.  Door de groei neemt ook de voedingsbehoefte van het bot toe en worden de aan- en afvoerende bloedvaten groter. En daar gaat het dus mis bij een hond met groeipijn! In feite overheerst, door de flinke groei, de aanmaak van botweefsel ten opzichte van de afbraak van botweefsel. De voedingskanaaltjes nemen daardoor niet snel genoeg toe in diameter, waardoor de bloedvaten in het gedrang komen. Een aanvoerend bloedvat (slagader of arterie) heeft een steviger wand dan een afvoerend bloedvat (ader of vene). Dit laatste bloedvat zal bij beknelling eerder dichtgedrukt worden dan het eerste. Hierdoor komt er wel bloed in het bot via de slagader, maar het kan er minder goed uit door de ader, waardoor stuwing van bloed in het bot ontstaat. Door deze drukverhoging in het bot treedt vocht uit de bloedbaan. Dit zoekt een andere weg naar buiten en drukt dan als het ware het beenvlies van het bot af. Aangezien het beenvlies zo gevoelig is, geeft dit veel pijn: enostosis of groeipijn genoemd.

Behandeling groeipijn

Soms gaat de kreupelheid vanzelf over. In de ernstige gevallen is een behandeling met pijnstillers en/of ontstekingsremmers noodzakelijk. Dat helpt meestal heel snel, maar na stoppen met de medicijnen kunnen de klachten ook weer terugkomen en is nog een behandeling noodzakelijk. Tevens moet de hond het rustig aan doen qua beweging. Uiteindelijk groeit de hond eroverheen.

Kan groeipijn worden voorkomen?

Nee, omdat we de oorzaak niet goed kennen kunnen we het ook niet goed voorkomen. Wel kunnen we met preventieve maatregelen, namelijk door te kiezen voor een goede voeding voor grote hondenrassen, de kans op het ontstaan van enostosis verminderen. Deze voeders worden gekenmerkt door een laag calcium-gehalte per energie-eenheid voer.  De ideale hoeveelheid calcium in een voer voor de snelgroeiende grote hondenrassen is 0.45 - 0.55 gram calcium per MJ (megaJoule) energie. Helaas vermelden de meeste voederfabrikanten de energiewaarde van het voer niet op de verpakking, omdat dat wettelijk niet verplicht is. We zouden het wel graag weten, dus moeten we dat dan navragen bij de fabrikant. Dat is belangrijk omdat een hond eet naar zijn energiebehoefte. Wat de fabrikanten altijd wel vermelden op de verpakking is de hoeveelheid calcium per kg voer, dus bijvoorbeeld: dit voer bevat 1% (10 gram per kg) calcium. Uitgaande van de gemiddelde energiewaarde van de meeste voeders is dat dan te veel ! Een calciumgehalte van 0.8% is meestal veilig.

Houdt de hond er iets aan over?

Nee, deze aandoening levert geen blijvende schade aan het skelet op. Hoewel de eerste twee levensjaren perioden van pijn en kreupelheid kunnen optreden, is het vooruitzicht op uiteindelijk herstel zeer goed !