Elleboogdysplasie (ED)

Om elleboogdysplasie bij verschillende hondenrassen te verminderen wordt het verplicht gesteld om bij bepaalde hondenrassen de ouders te onderzoeken op ED. Dit gebeurd door middel van röntgenfoto’s van de ellebogen.

Om de elleboog gewrichten goed te kunnen beoordelen zijn er twee foto’s van beide ellebogen noodzakelijk. 
Voor enkele rassen moet er een diagnose- onderzoek worden uitgevoerd, deze foto’s worden in vier richtingen genomen. Zo kunnen rasspecifieke problemen worden ontdekt of uitgesloten. 

Diagnose-onderzoek is verplicht voor de rassen:
•    Labrador Retriever
•    Golden Retriever
•    Chesapeake Bay Retriever
•    Rottweiler
•    Berner Sennenhond
•    Duitse Herdershond
•    Bordeaux Dog

Voor beide bepalingen moeten de honden minimaal 18 maanden oud zijn. Met uitzondering van de volgende rassen, deze behoren 12 maanden oud te zijn:
•    Golden Retriever
•    Nova Scotia Duck Tolling Retriever
•    Flatcoated Retriever
•    Chesapeake Bay Retriever
•    Duitse Herdershond
•    Rottweiler

Daarnaast is het een voorwaarde dat de hond een NHSB nummer heeft.
Er worden hoge eisen gesteld aan de kwaliteit van de röntgenbeelden. Daarom wordt er vaak geadviseerd om de foto’s te maken onder een lichte narcose.

Wanneer de foto’s zijn gemaakt worden deze verzonden naar de Raad van Beheer. Deze worden beoordeeld door een wisselend team van drie deskundige beoordelaars. 

De uitslag wordt in de volgende classificaties weer gegeven: van Vrij, grensgeval tot graad 1 t/m graad 3.
 Er wordt gekeken of de volgende aandoeningen aanwezig zijn: 
•    OCD (loslaten van een stukje kraakbeen in de bovenarm)
•    LPC  (loslaten van een stukje bot van de ellepijp)
•    LPA (loslaten van een stuk bot op een andere plaats dan de ellepijp)
•    Incongruentie (een niet goed passend gewricht)
Deze aandoeningen geven artrose of bot reacties in de gewrichten.

Al deze gegevens vormen een definitieve beoordeling.
Voor meer informatie: Raad van Beheer.