Suikerziekte bij de hond

Er is sprake van suikerziekte wanneer de hond gedurende een lange tijd te veel suiker (glucose) in het bloed heeft. 

Insuline zorgt voor de opname van glucose uit het bloed. Wanneer er onvoldoende insuline beschikbaar is blijft er te veel glucose in het bloed. In dit geval spreken we dus van suikerziekte. 
 
Symptomen
  1. Door te veel glucose in het bloed, wordt een deel daarvan uitgescheiden via de urine. Een deel van de brandstof verlaat ongebruikt het lichaam. Door het energiegebrek kan de hond sloom worden. 
  2. Door te weinig “brandstof” in het lichaam gaat het dier meer eten. Dit helpt helaas niet. De glucose wordt nog steeds onvoldoende opgenomen. Ondanks dat het dier veel eet valt het toch af. 
  3. Door te veel glucose in de urine wordt er meer vocht aan het lichaam onttrokken. Het dier moet dus vaker plassen, tegelijkertijd heeft het dorst en gaat dus veel drinken. 
  4. Op den duur kan een verhoogd bloedsuikergehalte een effect op de ogen hebben: staar, slechtziendheid en zelfs blindheid zijn vooral bij de hond bekende gevolgen. 
 
Er zijn een aantal factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van suikerziekte:
  • leeftijd: oudere dieren hebben grotere kans op het ontwikkelen van suikerziekte
  • medicijngebruik: het gebruik van corticosteroïden (bv prednison/ dexamethason) en de antiloopsheidinjectie verhogen de kans op suikerziekte. 
  • geslacht: niet gecastreerde teven hebben een verhoogd risico op suikerziekte.
  • ras: bepaalde hondenrassen dragen een verhoogde kans op suikerziekte met zich mee. (bv de Keeshond)
  • overgewicht en te weinig beweging: dit zijn met name voor katten risicofactoren. 
 
Suikerziekte herkennen
  • veel drinken
  • veel plassen
  • veel eten 
  • vermageren
 
Suikerziekte diagnosticeren
Bloedonderzoek is de beste wijze om aan te tonen dat de hond suikerziekte heeft. Ook is het mogelijk om de diagnose te stellen via urine onderzoek. Toch is het mogelijk dat men de diagnose toch mist. Omdat het glucose gehalte in het bloed eerst boven een bepaalde drempelwaarde moet uitstijgen voordat dit zichtbaar is in de urine.
Dus:  Een glucosetest in de urine kan dus negatief zijn, terwijl de suiker spiegel toch boven de normaalwaarde ligt.
 
Behandeling
Een goede behandeling bestaat uit:
  • toedienen van insuline 
  • dieetmaatregelen
  • bewegingsadvies
 
Behandeling van de hond
Naast een behandeling met insuline wordt een vezelrijk dieet geadviseerd. De voeding moet verdeeld worden over 2 maaltijden met een interval van 12 uur. Daarnaast is het belangrijk dat de hond iedere dag ongeveer dezelfde hoeveelheid beweging krijgt. 
De insuline wordt 2 x per dag kort na de maaltijd per injectie toegediend. Dit kan doormiddel van het toedienen van Caninsulin met een spuitje en een naaldje. Maar er is sinds enige tijd ook een speciale insuline pen (VetPen) verkrijgbaar. 
 
Het is belangrijk om in de begin fase 1 – 2 x per week een glucose bepaling te laten uitvoeren. Zo kan indien nodig de insuline dosering worden bijgesteld. De controles kunnen vervolgens worden afgebouwd. 
 
Prognose
Dit is sterk afhankelijk van de inzet en kennis van de eigenaar. Heel veel patiënten kunnen in een stabiele toestand worden gebracht. Desondanks blijft het noodzakelijk om regelmatige controles en bijstellingen van insulinedosis uit te voeren. De levensverwachting van een goed gereguleerde hond is goed. 
 
Klik op de afbeelding om de eigenaren brochure te openen
Klik op de afbeelding om de eigenaren brochure te openen
diabetes test